Herfst in Paramaribo

Onderuit gezakt zit ik op de versleten en doorgezakte tweezitter die op de veranda staat. Het is nog vroeg die morgen. Een paar zonnestralen vallen onder de luifel door de veranda binnen en een lichte ochtendbries brengt aangename verkoeling. Mijn vader en ik drinken van de koffie die zijn liefdevolle en zorgzame tante net naar ons gebracht heeft. Voor ons liggen de twee aangelijnde pitbulls languit op de grond, bij te komen van hun ochtendmaal van rijst en vlees, die ze zoals altijd met veel geweld naar binnen hebben geschrokt. De omvergegooide aluminium eetbakjes en een paar verdwaalde korrels rijst zijn de stille getuigen van de veldslag die zich hier afgespeeld heeft.

Read More

Het einde van de weg

We zijn al heel wat uren onderweg vanuit Paramaribo als we aan het begin van de middag een korte tussenstop maken in Pokigron. Een klein dorp langs de bovenloop van de Surinamerivier dat, op een enkele Chinese winkelier na, wordt bewoond door marrons, nazaten van slaven die in het koloniale verleden de plantages ontvluchtten en zich diep in het binnenland langs rivieren en kreken vestigden.

Read More

Een tandeloze glimlach

Net als we tevergeefs omdraaien om het onverharde pad terug te lopen naar het klooster, verschijnt schoorvoetend een oude en fragiele gedaante in het openstaande raam van het alleenstaande hutje. Met een tandenloze glimlach gebaart hij ons om binnen te komen.

Read More